Op een gegeven moment ontkomt u er niet aan: de bron die u zoekt, is met de hand geschreven. Aan het begin ziet zo’n akte eruit als een rij krabbels. Met een vaste werkwijze, wat oefening en kennis van veelvoorkomende woorden wordt dat snel beter. Deze gids geeft u een manier van werken en wijst naar oefenmateriaal.
Waarom oud handschrift lastig is
Handschrift verschilt per periode, per streek en per schrijver. Bovendien was de spelling nog niet vastgelegd: dezelfde schrijver kon een naam in dezelfde akte op twee manieren schrijven. Dat betekent dat u niet moet zoeken naar de ‘juiste’ vorm, maar naar wat de schrijver op dat moment bedoelde.
Het helpt dat veel akten vaste formules gebruiken, zoals een inleiding met datum en plaats. Zodra u die formules herkent, blijven er minder onbekende woorden over.
Een werkwijze in zes stappen
- Bekijk eerst de hele pagina. Welke soort bron is het: doopboek, trouwboek of akte? Dat vertelt u welke woorden u kunt verwachten.
- Zoek de gegevens die u al kent, zoals de achternaam, de plaats of het jaar. Een herkenbaar woord is uw ankerpunt.
- Bepaal hoe de schrijver bepaalde letters vormt. Vergelijk dezelfde letter in verschillende woorden en maak een eigen lijstje.
- Lees de tekst woord voor woord en zet een vraagteken bij wat u niet weet. Ga verder en kom later terug.
- Controleer uw lezing met de context. Een woord dat u niet kunt lezen is vaak af te leiden uit de zin.
- Schrijf uw transcriptie op en noteer waar u onzeker bent, zodat u later kunt corrigeren.
Veelvoorkomende lastige punten
Hier zijn enkele algemene kenmerken van oud handschrift. Ze gelden niet voor elke schrijver en elke periode, dus gebruik ze als hulp en niet als regel.
- Letters die op elkaar lijken. In oud handschrift kunnen bijvoorbeeld de n en de u, of de e en de o, bijna gelijk zijn. De context beslist.
- Lange s. In oudere schriften komt een lange s voor die op een f lijkt. Ze staat meestal aan het begin of in het midden van een woord.
- U en v, i en j. De spelling wisselt: dezelfde letter kan als klinker of als medeklinker dienen.
- Afkortingen. Schrijvers kortten vaak woorden in, bijvoorbeeld vaste uitdrukkingen of titels, en zetten daarbij streepjes of krulletjes. Zoek dezelfde afkorting op andere plaatsen in het register.
- Maandnamen. Soms staan maanden als cijfers geschreven, of in de Latijnse vorm. September werd bijvoorbeeld als 7ber geschreven, omdat het de zevende maand was van de oude Romeinse jaarindeling.
- Namen. Voornamen komen vaak in een vaste vorm voor, zoals Jan, Johannes, Cornelis en Willem. Kijk hoe de schrijver die elders in het register schrijft.
Zo oefent u
- Wat staat daer (opent een externe website in een nieuw tabblad) – online oefentool voor het lezen van oud handschrift in akten, brieven en andere archiefstukken
- BYU Script Tutorial (opent een externe website in een nieuw tabblad) – gratis Engelstalige lessen over oud schrift, met aandacht voor Europese handschriften tussen 1500 en 1800
- Geneaplein: Nederlandse archieven – archieven die bronnen en soms hulp en cursussen aanbieden
- Nederlandse Genealogische Vereniging (opent een externe website in een nieuw tabblad) – vereniging met cursussen en afdelingen
Veel regionale archieven en genealogische verenigingen organiseren cursussen of leesgroepen voor oud schrift. Kijk op de website van het archief of de vereniging in uw regio, bijvoorbeeld via Archieven.nl (opent een externe website in een nieuw tabblad), of kijk bij de verenigingen op Geneaplein.
Gebruik bekende gegevens als sleutel
Stel dat u een doopinschrijving uit 1750 probeert te lezen. U weet dat uw voorvader Pieter heette en dat zijn vrouw Grietje was. Zoek eerst die namen in de rijen. Leest u ‘Pieter’ en ‘Grietje’, dan weet u dat de rest van die regel waarschijnlijk de woorden ‘vader’, ‘moeder’ en de naam van het kind bevat. Zo wordt een lange rij letters een puzzel met veel ingevulde stukjes.
Veelgemaakte fouten
- Alleen kijken naar een of twee letters in plaats van het hele woord.
- Een woord forceren naar wat u verwacht, zodat u het echte woord mist.
- Een transcriptie van iemand anders blind overnemen. Controleer die aan de hand van de scan.
- Geen aantekeningen maken van onzekere lezingen.
- Te snel opgeven: na enkele uren oefenen gaat het merkbaar beter.
Hoe nu verder?
Pas wat u hebt geleerd toe op een echt register. Lees eerst Doop-, trouw- en begraafboeken begrijpen om te weten wat u kunt verwachten, en gebruik Voorouders vinden vóór 1811 als routekaart.