Voorouders vinden vóór 1811

Onderzoekstechnieken · leestijd ca. 4 minuten

Rond 1811 (in het zuiden al vanaf 1796) houdt de burgerlijke stand op en moet u op andere bronnen overstappen. Dat is geen onmogelijke stap, maar het onderzoek wordt wel anders: de bronnen zijn minder vaak doorzoekbaar op naam en de gegevens zijn schaarser. Deze gids helpt u de overstap te maken en verklaart wat u kunt verwachten.

Waarom 1811 een grens is

De burgerlijke stand is in Nederland ingevoerd onder Franse invloed. In Zeeland, Noord-Brabant en Limburg gebeurde dat vanaf 1796, in de rest van het land in 1811. Voor die tijd was er geen landelijke registratie van geboorten, huwelijken en overlijdens. Wat wel bestond, waren de registers van de kerken. Doorgaans hoorde vrijwel iedereen bij een kerk, dus de meeste mensen komen in de kerkboeken voor.

Een bijkomend gevolg van 1811 is dat in dat jaar iedereen een vaste achternaam moest laten registreren. Daarvoor werd in grote delen van het land met patroniemen gewerkt, waarbij de achternaam de voornaam van de vader volgt, zoals Jan Pieters (de zoon van Pieter). Dat maakt zoeken lastiger, want dezelfde familie kan in drie generaties drie verschillende achternamen hebben.

Verklaring van termen

  • DTB: doop-, trouw- en begraafboeken, de registers van kerkelijke gemeenten;
  • Patroniem: een achternaam die afgeleid is van de voornaam van de vader;
  • Gewest: een van de historische gebieden, zoals Holland of Gelderland, die voor 1795 eigen regels hadden;
  • Bevolkingsregister: een gemeentelijk register van inwoners, vanaf de 19e eeuw bijgehouden.

Stap 1: de overstap voorbereiden

  1. Zorg dat u de vroegste persoon uit de burgerlijke stand goed hebt vastgelegd, met geboorteplaats en -jaar. Een overlijdens- of huwelijksakte uit 1811 tot 1830 geeft vaak de leeftijd, de plaats en de namen van de ouders.
  2. Bepaal het kerkgenootschap: gereformeerd, katholiek, lutherse, doopsgezind of een ander. Dat bepaalt in welke registers u zoekt. Een plaats kan meerdere kerken hebben.
  3. Zoek uit welk archief de registers van die plaats beheert. Meestal is dat het regionaal historisch centrum of het gemeentearchief van de provincie. Via Archieven.nl (opent een externe website in een nieuw tabblad) kunt u het archief vinden.
  4. Controleer in welke periode de registers bewaard zijn gebleven. Niet elke kerk heeft alle jaren overgehouden. Het CBG beschrijft de bron en noemt een repertorium van bewaard gebleven registers: zie de CBG-pagina over DTB (opent een externe website in een nieuw tabblad).

Stap 2: zoek in de kerkboeken

Veel kerkboeken zijn gedigitaliseerd en doorzoekbaar via Open Archieven (opent een externe website in een nieuw tabblad) of de website van het regionale archief. Een deel is alleen als scan beschikbaar, zonder index. Dan bladert u zelf door de pagina’s van het register in de jaren waarin u de gebeurtenis verwacht. In de gids Doop-, trouw- en begraafboeken begrijpen leest u hoe u de gegevens interpreteert, en in Oude handschriften leren lezen hoe u de schrijfwijze ontcijfert.

  • Een doopboek geeft de doopdatum (niet per se de geboortedatum), de naam van het kind, vaak de ouders en soms de getuigen of doopgetuigen.
  • Een trouwboek noteert het huwelijk, soms eerst de ondertrouw (de aankondiging) en daarna het kerkelijk huwelijk. Het geeft herkomst en soms leeftijden.
  • Een begraafboek noteert de begrafenis, soms met leeftijd, beroep of de naam van de nabestaande.

Stap 3: aanvullende bronnen

Als de kerkboeken een gat laten, dan kunt u andere bronnen proberen. Het Nationaal Archief noemt notariële archieven en rechtbankarchieven als bronnen naast DTB en burgerlijke stand, zie de zoekhulp familiegeschiedenis (opent een externe website in een nieuw tabblad).

  • Notariële akten. Testamenten, boedelscheidingen en koopcontracten noemen familieleden en hun onderlinge band.
  • Rechterlijke archieven. Voogdij, erfenissen en schuldzaken laten verwantschap zien.
  • Bevolkings- en belastingregisters. Die bestaan niet overal, maar waar ze er zijn kunnen ze een gezin op een bepaald moment tonen.
  • Lokale en regionale archieven. De archieven van een stad of dorp bewaren vaak informatie die nergens anders is te vinden.

Omgaan met twijfel

Voor 1811 zijn er geen akten met alle ouders en leeftijden; vaak zijn er meerdere kandidaten met dezelfde naam. Werk daarom volgens enkele regels:

  • Zet een koppeling pas in uw stamboom als er meer dan één aanwijzing is, bijvoorbeeld naam, plaats, beroep en doopgetuigen.
  • Noteer twijfel als twijfel. Een ‘waarschijnlijk’ in uw aantekeningen is beter dan een verkeerde voorvader.
  • Let op de kalender. Gewesten stapten op verschillende momenten over op de gregoriaanse kalender: Holland in 1583, Gelderland in 1700 en Friesland en Groningen in 1701. Een datum kan dus naar de oude of de nieuwe stijl zijn. Bij data rond de jaarwisseling kan dat een jaar verschil opleveren.
  • Controleer of de persoon niet is verhuisd. Mensen trouwden vaak in de plaats van de bruid en lieten hun kinderen daar dopen.

Waar u terecht kunt voor hulp

Veelgemaakte fouten

  • Doopdatum als geboortedatum noteren. Er kunnen dagen of weken tussen zitten.
  • Een patroniem als vaste achternaam behandelen en zo twee verschillende families samenvoegen.
  • Alleen in de index zoeken. Niet alles is geïndexeerd en namen zijn vaak anders gespeld.
  • De confessie vergeten: wie niet in de gereformeerde boeken staat, kan katholiek of lutherse zijn geweest.

Hoe nu verder?

Lees Doop-, trouw- en begraafboeken begrijpen voor de details van de registers, en Oude handschriften leren lezen als u de scans zelf moet ontcijferen.

← Terug naar alle gidsen