Kadaster en grondbezit: familie via land en huizen

Akten en archieven · leestijd ca. 7 minuten

Wie in de 19e eeuw land of een huis bezat, staat in het Kadaster. Dat levert meer op dan een adres: u ziet de ligging van een boerderij, de omvang van een perceel, het gebruik en later de erfgenamen of kopers. Voor families zonder veel andere sporen is dat vaak het ontbrekende stukje. Deze gids legt uit welke kadastrale bronnen er zijn, waar u ze online of in het archief vindt, wat ze kosten en hoe u ze combineert met kaarten en bevolkingsregisters.

Hoe het Kadaster ontstond

Napoleon besloot in 1811 dat Nederland een kadaster moest krijgen om te kunnen weten welk stuk grond van wie was, zodat hij grondbelasting kon heffen. Na de val van Napoleon in 1813 stokte het werk; het Kadaster ging uiteindelijk op 1 oktober 1832 van start, in Limburg pas in 1844. Dat staat op de historische pagina’s van het Kadaster zelf.

In 1838 kwam het Burgerlijk Wetboek. Vanaf dan werd het verplicht om akten van overdracht en hypotheek in openbare registers in te schrijven en in zo’n akte het perceelnummer te noemen. Zo ontstonden twee lagen die u allebei kunt gebruiken: de kadastrale registratie (wie bezit wat) en de openbare registers (hoe veranderde dat).

Verklaring van termen

  • Perceel: een stuk grond, met of zonder gebouw, dat een eigen nummer heeft;
  • Minuutplan: de oorspronkelijke kadastrale kaart van een gemeente uit de tijd van de eerste kadastrering (1812 tot 1832);
  • OAT (Oorspronkelijk Aanwijzende Tafel): het register bij de minuutplans met per perceel gegevens zoals eigenaar, gebruik en omvang;
  • Kadastrale legger: register waarin per kadastrale gemeente de eigendomssituatie is beschreven, per eigenaar;
  • Hypotheekregister (Hyp3 en Hyp4): de openbare registers; Hyp3 bevat hypotheekakten, Hyp4 overdrachtsakten;
  • Kadastrale gemeente: het kadastrale gebied waarvoor de kaarten zijn gemaakt; die kan afwijken van de huidige gemeente.

Wat vertellen deze bronnen?

  • Eigenaren en percelen. Per perceel staat wie de eigenaar was. HisGIS meldt dat voor ongeveer drie miljoen percelen de omvang, eigenaar, gebruik, vegetatie en geschatte waarde zijn vastgelegd.
  • Huizen en erven. U ziet waar een huis stond en hoe groot de grond eromheen was.
  • Gebruik en beroep. Het gebruik (weiland, akker, huis, tuin) zegt iets over hoe een familie leefde. Soms staat bij de eigenaar een beroep.
  • Overgang van eigendom. Een legger of hypotheekregister laat zien wanneer grond naar erfgenamen of kopers ging. Dat is vaak een aanwijzing voor een overlijden of een erfenis.

Stap 1: de kaart van 1832 online opzoeken

Het project HisGIS (opent een externe website in een nieuw tabblad) digitaliseert het oudste kadaster. Het gaat om de minuutplans uit 1812 tot 1832, die digitaal zijn nagetekend en over moderne kaarten heen te leggen zijn, met de eigenaar en het gebruik uit de OAT. Het is een project van het KNAW Humanities Cluster. De viewer opent zonder inlog. HisGIS meldt zelf dat de dekking nog wordt uitgebreid, en dat de OAT-gegevens (met eigenaren) nog worden ingevoerd; niet elke plaats is dus even volledig.

  1. Open HisGIS en zoek een plaats of adres op;
  2. Zoom in op het perceel dat u zoekt en klik het aan voor de gegevens;
  3. Noteer perceelnummer, kadastrale gemeente, sectie en eigenaar;
  4. Zoek bij afwijkende spelling ook op varianten van de achternaam.

Stap 2: leggers en latere eigendom

De minuutplan geeft één moment. Om te zien wat er daarna gebeurde, gebruikt u de kadastrale leggers. Het Kadaster meldt dat zijn archieven onder meer leggers, registers 71 (met oude en nieuwe perceelnummers), hulpkaarten en veldwerken van landmeters bevatten. Een legger beschrijft per eigenaar de eigendommen in een kadastrale gemeente; het Kadaster spreekt van een leggerartikel waarnaar de registers 71 verwijzen. Hoe een wijziging precies wordt vervolgd, verschilt per periode: lees daarvoor de handleiding in de Archiefviewer of het boek van het Kadaster.

Let op: in de Kadaster Archiefviewer kunt u op adresgegevens of kadastraal perceelnummer zoeken, niet op naam. Zoek dus eerst het perceelnummer via HisGIS of een akte, en pas dan in de legger.

Stap 3: de akten achter de eigendom

Een legger zegt dát de eigenaar wisselde, een akte zegt hoe. Overdrachtsakten werden door de notaris opgemaakt en afschriften daarvan staan in de openbare registers. De notariële akten zelf liggen in het regionale of stadsarchief; zie Notariële akten onderzoeken. Het Kadaster schrijft dat afschriften tot 1950 met de hand zijn overgeschreven. Dat bepaalt ook de leesbaarheid: u hebt soms handschriftkennis nodig.

Waar vindt u wat, en wat kost het?

  • HisGIS: de kaart van 1832 online; de viewer is zonder inlog te openen.
  • Regionaal Historisch Centrum of stadsarchief: de Regionaal Historische Centra beheren onder meer archieven van het Kadaster. Het Nationaal Archief bewaart een deel van het kadasterarchief van Zuid-Holland. Raadpleeg de inventaris via Archieven.nl (opent een externe website in een nieuw tabblad) en vraag het archief wat er te zien is. De Kadaster Archiefviewer is volgens het Kadaster ook bij een Regionaal Historisch Centrum te gebruiken.
  • Kadaster Arnhem: historisch onderzoek is volgens het Kadaster gratis, met het eerste uur begeleiding, mits u het zelf doet op kantoor Arnhem, het onderzoek een historisch doel heeft en u de resultaten opstuurt. Op de pagina staat ook dat dit tijdelijk niet mogelijk is omdat de Archiefviewer in een beter beveiligde omgeving wordt gezet. Kijk dus eerst op de actuele pagina.
  • Kadaster Archiefviewer thuis: abonnement van € 2,95 per maand met € 113,- aansluitkosten volgens de Kadaster-website. Dit zijn de tarieven op het moment van schrijven; controleer ze bij de bron.
  • Onderzoek door het Kadaster: laten zoeken in de openbare registers is betaald. Het Kadaster noemt bijvoorbeeld vroegere eigenaren opvragen vanaf € 90,-, vroegere percelen € 60,- per object en een specifiek stuk opvragen € 19,85. Dit is vooral handig als u een gericht stuk wilt hebben en zelf niet kunt zoeken.
  • Boek ‘Aan de slag in de kadastrale archieven’: handleiding van het Kadaster, € 19,95.

Combineren met kaarten en bevolkingsregisters

De kracht zit in de combinatie. Een bevolkingsregister geeft een adres of huisnummer en de bewoners; het Kadaster geeft het perceel en de eigenaar; een kaart toont de ligging. Meer historische kaarten vindt u in de categorie Kaarten. Hoe u bevolkingsregisters gebruikt, leest u in Bevolkingsregisters en persoonskaarten.

Praktisch voorbeeld

U weet dat uw betovergrootvader Jan in 1850 landbouwer was in een dorp. Zo gaat u verder:

  1. Zoek het dorp op in HisGIS en bekijk de percelen. Zoek de naam Jan en de varianten van zijn achternaam in de eigenaarsgegevens;
  2. Noteer perceelnummers en sectie. Staat hij als eigenaar, dan bezat hij grond; zo niet, dan was hij misschien pachter;
  3. Zoek in het archief van uw regio naar de kadastrale legger van het dorp. volg het leggerartikel zoals in de handleiding van het Kadaster uitgelegd;
  4. Is bezit overgegaan van Jan op zijn kinderen, controleer dan of er een overlijdensakte, boedelscheiding of notariële akte is die dat bevestigt;
  5. Leg de ligging vast op een kaart en bewaar uw bronvermeldingen.

Valkuilen

  • Naam of nummer? De Archiefviewer zoekt niet op naam. Verzamel eerst perceel- of adresgegevens.
  • Kadastrale gemeente is niet de huidige gemeente. Gemeenten zijn samengevoegd en grenzen gewijzigd.
  • Namen en spelling. Namen zijn op verschillende manieren geschreven; zoek met varianten.
  • Huurders ontbreken. Wie huurde, staat er niet in. Gebruik andere bronnen.
  • Perceelnummers veranderen. Bij splitsing of samenvoeging kreeg een perceel een nieuw nummer; de registers 71 helpen dat te volgen.
  • Volledigheid per plaats verschilt. Niet alle gegevens zijn overal even ver gedigitaliseerd.
  • Privacy. Eigendomsgegevens van levenden zijn persoonlijke gegevens; deel ze niet.

Vervolgstappen

← Terug naar alle gidsen