Een akte van de burgerlijke stand vertelt wat er op één moment gebeurde: een geboorte, een huwelijk, een overlijden. Het bevolkingsregister vertelt wat er daartussen gebeurde. Daarin staat wie er in een huis woonde, wanneer iemand kwam of vertrok en met welk gezin hij of zij leefde. Voor de twintigste eeuw is de persoonskaart daarbij de sleutel: een kaart per persoon met ouders, partners en kinderen. In deze gids leest u hoe de opeenvolgende systemen werkten, welke gegevens u mag opvragen, hoe u de registers leest en waar u op moet letten.
Van bevolkingsregister tot persoonslijst: een overzicht
De Nederlandse bevolkingsregistratie is in vier stappen opgebouwd. Wie weet welk systeem in welk jaar gold, weet ook welke bron hij moet zoeken.
- Bevolkingsregisters (vanaf 1850). Na de volkstelling van 1849 kregen gemeenten de wettelijke plicht om een doorlopend register bij te houden. In de praktijk liepen sommige gemeenten voor: in Zeeland begonnen veel gemeenten al in 1826 en zijn er registers vanaf 1811. De registers lopen volgens het Zeeuws Archief tot circa 1938.
- Gezinskaarten (rond 1920). Volgens het CBG ging Nederland rond 1920 over op gezinskaarten. Op de voorkant staat de gezinssamenstelling, op de achterkant de adressen en de plaats waarheen het gezin of een gezinslid vertrok.
- Persoonskaarten (1939-1994). Het CBG meldt dat de persoonskaart op 1 januari 1939 werd ingevoerd. Daarop staan de gegevens van de hoofdpersoon, zijn of haar ouders, partner en kinderen. De kaarten werden tot 1 oktober 1994 bijgehouden.
- Persoonslijsten (vanaf 1994). Op 1 oktober 1994 kwam de digitale persoonslijst in de plaats van de papieren kaart. Dat was het begin van de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA), tegenwoordig de Basisregistratie Personen (BRP).
Voor de periode vóór 1850 leest u de gids Voorouders vinden vóór 1811. Voor de akten zelf, die u vóór het bevolkingsregister gebruikte, leest u Geboorteakten zoeken.
Het bevolkingsregister (1850 tot circa 1938)
In het bevolkingsregister staat niet het individu, maar het huishouden centraal: per adres werden de bewoners vastgelegd. Het Zeeuws Archief beschrijft de opbouw: de hoofdbewoner, zijn vrouw, kinderen, inwonend huispersoneel, eventuele andere familieleden en overige bewoners. Per persoon staan de naam, geboorteplaats en -datum, het beroep, het kerkgenootschap, de datum van inschrijving en uitschrijving en soms aantekeningen over verhuizingen en overlijden. Vertrok iemand of overleed hij, dan werd de naam doorgehaald.
De indeling verschilt per gemeente. Volgens het CBG zijn sommige registers geordend per straat en van huis tot huis, andere in alfabetische volgorde van de huishoudens. Soms bestonden aparte boeken voor dienstboden en knechten, schippers of bewoners van gestichten. Omdat de registratie periodiek werd herhaald, komt iemand vaak in meerdere delen voor, bijvoorbeeld in dat van 1870-1880 en dat van 1880-1890. Dat betekent niet dat hij de hele periode op hetzelfde adres woonde.
Waar vindt u ze?
De registers zijn door de gemeenten in enkelvoud opgemaakt. Ze liggen daarom in het gemeentearchief of, als dat is overgedragen, in een regionaal archief. Zoek via Archieven.nl (opent een externe website in een nieuw tabblad) welk archief bij uw plaats hoort of kijk bij Geneaplein: Plaatsen. Veel registers zijn gescand en een deel is geïndexeerd op WieWasWie (opent een externe website in een nieuw tabblad), Open Archieven (opent een externe website in een nieuw tabblad) of de eigen personenzoeker van het archief. Zoeken op persoon werkt dus alleen als het archief dat heeft ingevoerd. Anders bladert u zelf door de scans.
Let op: niet alles is bewaard. Het Zeeuws Archief meldt bijvoorbeeld dat de bevolkingsregisters van Middelburg van vóór 1900 verloren zijn gegaan bij de beschietingen van mei 1940.
De persoonskaart en de persoonslijst
Een persoonskaart bevat de zogenoemde genealogische basisgegevens: de officiële naam, geboorte, huwelijk en overlijden, plus nationaliteit, adressen en beroepen. Volgens het CBG vindt u ook de ouders, partners en kinderen van de hoofdpersoon. Belangrijk: de kaart noemt de ouders met geboortedatum en -plaats, ook van mensen die in de negentiende eeuw zijn geboren. Zo overbrugt u eenvoudig de periode tussen de laatste openbare aktes en de meest recente generatie.
Het Nationaal Register van Overledenen (NRO) bij het CBG bevat de persoonskaarten van mensen die tussen 1939 en 1994 zijn overleden en de persoonslijsten van overledenen vanaf oktober 1994. De persoonslijst is korter dan de kaart: het CBG meldt dat er geen beroep en geen nationaliteit op de uittreksels staat, en dat kinderen vaak zonder huwelijks- of overlijdensgegevens worden genoemd.
Gegevens van levenden
Het NRO bevat alleen overledenen. Gegevens over personen die nog leven, kunt u niet voor stamboekonderzoek opvragen. Bent u zelf ingeschreven en wilt u uw eigen gegevens zien, dan vraagt u die bij uw gemeente aan. Houd daar rekening mee bij het publiceren van uw stamboom: noem levende personen niet.
Openbaarheid en privacy: wat mag u opvragen?
Het CBG is door het ministerie van Binnenlandse Zaken aangewezen als beheerder van het NRO en mag uittreksels verstrekken. Volgens het privacyreglement van het CBG (mei 2023) is het doel van de verstrekking ambtelijk, wetenschappelijk en historisch onderzoek, waaronder genealogisch onderzoek. De volgende regels gelden:
- Adressen worden niet verstrekt als de persoon minder dan twintig jaar geleden is overleden. Dat beschermt de nabestaanden, die vaak op dezelfde adressen woonden of nog wonen.
- Kerkelijke gezindte en de reden van verlies van de Nederlandse nationaliteit worden niet verstrekt.
- Ambtelijke aantekeningen, de naam van de schouwarts en de doodsoorzaak (op persoonskaarten van vóór 1952) worden volgens het reglement nooit verstrekt.
- Gebruik: u mag de gegevens gebruiken voor uw eigen onderzoek. Doorverkopen of integraal publiceren mag volgens het reglement niet zonder schriftelijke toestemming van het CBG. Citeren van enkele gegevens in uw stamboom is iets anders dan het plaatsen van de hele kaart.
- Bezwaar: personen die op een kaart of lijst voorkomen, of hun wettelijke vertegenwoordigers, kunnen verzoeken om gegevens af te schermen. Het afschermen gebeurt in principe voor maximaal tien jaar.
Voor bevolkingsregisters van vóór 1939 hanteert elk archief eigen openbaarheidsregels. Oudere registers zijn in veel archieven vrij in te zien. Recentere registers, gezinskaarten en persoonskaarten van nog levende of onlangs overleden personen vallen vaak onder beperkingen. Vraag het archief wat voor uw jaren geldt.
Zo vraagt u een persoonskaart of persoonslijst aan
- Controleer of de persoon is overleden en of dat na 1938 was. Dat kunt u zien aan een overlijdensakte, een bidprentje of een overlijdensadvertentie.
- Verzamel de gegevens: de volledige naam en voornamen (let op de spelling), de geboortedatum en -plaats, het overlijdensjaar en liefst de namen van partner of ouders. Het CBG vraagt minimaal drie ingevulde velden per aangevraagde persoon.
- Maak een CBG-account aan (gratis) en gebruik het online aanvraagformulier voor het NRO. Een aanvraag per e-mail met het ondertekende formulier is ook mogelijk.
- Betaal per zoekactie. In 2026 is dat €4,65, ook als er niets wordt gevonden. U krijgt het resultaat volgens het CBG binnen drie werkdagen in ‘Mijn CBG’.
- Lees het uittreksel en vergelijk de gegevens met de akten die u al hebt. Noteer als bron: CBG, Nationaal Register van Overledenen, de naam en de datum van aanvraag.
Staat iemand niet in het NRO? Dan was hij bijvoorbeeld niet als ingezetene in Nederland ingeschreven op het moment van overlijden. Het CBG meldt dat bij emigratie tussen 1939 en 1994 geen gegevens in het register staan en verwijst dan naar het Vestigingsregister van de gemeente Den Haag. Dat register beheert ook de persoonskaarten van slachtoffers van vernietigingskampen. Zie hierover Joodse en oorlogsbronnen en Emigratie en migratie onderzoeken.
Zo leest u de registers
Bevolkingsregister
- Zoek eerst de rij van het gezinshoofd en lees dan de rijen eronder voor vrouw, kinderen en inwonenden.
- Let op de data van inschrijving en uitschrijving en op de plaats waar iemand vandaan kwam of naartoe vertrok. Dat is het spoor naar een volgende gemeente.
- Een doorgehaalde naam betekent dat iemand vertrok of overleed. De reden staat er vaak bij.
- Zijn er meerdere delen uit verschillende periodes, zoek dan in elk deel. Iemand kan in meerdere periodes voorkomen, ook als hij niet is verhuisd.
Persoonskaart
Het CBG beschrijft de vakken van de kaart. Het beroep staat met een letter ‘h’ (hoofd) of ‘o’ (ondergeschikte). Bij een beëindigd huwelijk staat ‘O’ voor overlijden van de partner of ‘S’ voor scheiding. Bij kinderen staat de verhouding met ‘z’ (zoon), ‘d’ (dochter), ‘sz’ (stiefzoon) of ‘sd’ (stiefdochter), en de wijze van vertrek uit het gezin met ‘A’ (afgevoerd), ‘O’ (overleden) of ‘H’ (gehuwd). Tussen de adressen uit 1940-1945 staat ook vermeld of een persoonsbewijs (PB) is uitgereikt.
Een voorbeeld om te volgen
Stel: u zoekt de ouders van uw grootmoeder die in 1972 overleed. Haar overlijdensakte is openbaar, maar de namen van haar ouders staan er niet altijd in. U vraagt haar persoonskaart aan:
- Het uittreksel noemt bij ‘ouders’ twee namen met geboorteplaats en -datum. Daarmee zoekt u de geboorteakte van uw overgrootmoeder.
- Bij de huwelijksgegevens staat de datum en gemeente van het huwelijk. U zoekt de huwelijksakte erbij en leest de getuigen en de ouders.
- Het adres staat op de kaart omdat haar overlijden meer dan twintig jaar geleden was. U gaat naar het bevolkingsregister van die gemeente en ziet dat het gezin eerder in een andere plaats woonde.
- U zoekt in het bevolkingsregister van die eerdere plaats en vindt daar de kinderen met hun geboortedata, inclusief een kind dat jong overleed en nergens anders werd genoemd.
Dit voorbeeld is fictief, maar het laat zien hoe u de twee bronnen om en om gebruikt.
Verklaring van termen
- Bevolkingsregister: doorlopend register per gemeente van alle ingezetenen, per huishouden.
- Gezinskaart: losse kaart per gezin die rond 1920 de dikke registers verving.
- Persoonskaart: kaart per persoon, 1939 tot 1 oktober 1994, met ouders, partners en kinderen.
- Persoonslijst: digitale opvolger van de persoonskaart, vanaf 1 oktober 1994, uit de GBA of BRP.
- GBA / BRP: Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens, sinds 2014 Basisregistratie Personen.
- NRO: Nationaal Register van Overledenen, het register bij het CBG met persoonskaarten en persoonslijsten van overledenen.
- Hoofdpersoon: de persoon van wie de kaart of lijst is.
- Gezinshoofd: bij een gezin meestal de vader, bij wie de kinderen op de kaart staan.
Valkuilen en tips
- Kinderen ontbreken. Volgens het CBG staan kinderen doorgaans alleen op de kaart van het gezinshoofd en die van vóór 1939 al volwassen kinderen vaak niet. Kinderen van ongehuwde moeders die direct na de geboorte werden afgestaan, staan niet op de kaart van de moeder.
- Kinderen van vóór 1966. Op persoonslijsten ontbreken vaak kinderen die voor 1 januari 1966 zijn geboren, omdat gemeenten ze bij de digitalisering niet hoefden over te nemen.
- Adressen van vóór 1994. Bij de digitalisering werd het toenmalige en het vorige adres overgenomen. Eerdere adressen staan wel op de originele kaart, die volgens het CBG bij de betreffende gemeente ligt.
- Kaarten werden niet direct bijgewerkt. Snel opeenvolgende gebeurtenissen, zoals een geboorte vlak voor een overlijden, kunnen ontbreken.
- Beroepen zijn verouderd. Een beroepswijziging werd in de praktijk lang niet altijd gemeld. Vul aan met adresboeken of kranten, zie Oude kranten doorzoeken in Delpher.
- Een kaart is geen akte. De gegevens zijn overgenomen. Controleer ze waar mogelijk met de geboorte-, huwelijks- en overlijdensakte.
- Schrijfwijzen en adressen. Straatnamen en huisnummers veranderden. Zoek dus ook op de naam en niet alleen op het adres.
- Mannen in dienst. Zoekt u iemand die als jongeman in militaire dienst was, bekijk dan Militieregisters en militaire bronnen.
- CBG: Persoonskaart (opent een externe website in een nieuw tabblad) – wat de kaart bevat en wat er kan ontbreken
- CBG: Persoonslijst (opent een externe website in een nieuw tabblad) – de digitale opvolger sinds 1 oktober 1994
- CBG: Gezinskaarten (opent een externe website in een nieuw tabblad) – de kaarten rond 1920 en de woningkaarten
- CBG: Bevolkings-/wijkregister (opent een externe website in een nieuw tabblad) – indeling en gebruik van de oudere registers
- CBG: Nationaal Register van Overledenen aanvragen (opent een externe website in een nieuw tabblad) – tarief, privacyreglement en veelgestelde vragen
- Zeeuws Archief: Bevolkingsregisters (opent een externe website in een nieuw tabblad) – uitleg over opbouw en invoering, met Zeeuwse voorbeelden
- WieWasWie (opent een externe website in een nieuw tabblad) – deel van de registers is geïndexeerd
- Open Archieven (opent een externe website in een nieuw tabblad) – doorzoekt veel archieven tegelijk
- Archieven.nl (opent een externe website in een nieuw tabblad) – om het archief bij een plaats te vinden
Vervolgstappen
- Wilt u het overlijden van een familielid vinden? Lees Overleden familieleden terugvinden.
- Zoekt u een geboorteakte bij de ouders die u op de kaart vond? Lees Geboorteakten zoeken.
- Bladeren door akten van de burgerlijke stand: Geneaplein: Burgerlijke stand en Geneaplein: Archieven.
- Voorouders van vóór de bevolkingsregisters: Voorouders vinden vóór 1811.
- Zoekt u een mannelijke voorouder in militaire dienst? Lees Militieregisters en militaire bronnen.