Overleden familieleden terugvinden

Akten en archieven · leestijd ca. 4 minuten

Wanneer en waar is een familielid overleden, en waar ligt die persoon begraven? Het antwoord staat zelden in één bron. Een overlijdensakte geeft de officiële gegevens, een bidprentje of rouwadvertentie laat zien hoe de familie rouwde, en een grafregister vertelt waar iemand rust. Deze gids laat zien hoe u die bronnen combineert.

Eerst bepalen wat u zoekt

Voor een overleden familielid kunt u drie dingen willen weten: de datum en plaats van overlijden, de omstandigheden (bijvoorbeeld een ongeluk of oorlog) en de laatste rustplaats. Elke vraag heeft een eigen type bron.

  • Datum en plaats van overlijden: de overlijdensakte, soms een bidprentje of de bevolkingsregistratie.
  • Omstandigheden: krantenberichten en, bij oorlogsslachtoffers, oorlogsbronnen.
  • Laatste rustplaats: grafregisters van een begraafplaats, een gemeente of een kerk, en genealogische websites die graven documenteren.

Stap 1: de overlijdensakte

Een overlijdensakte is een akte van de burgerlijke stand. Ze wordt na 50 jaar openbaar. U vindt haar via zoekwebsites als Open Archieven (opent een externe website in een nieuw tabblad) en WieWasWie (opent een externe website in een nieuw tabblad), of in het archief van de gemeente waar iemand is overleden.

In een overlijdensakte staan gewoonlijk de naam van de overledene, de leeftijd, de datum en de plaats van overlijden, en vaak de namen van de ouders en van een eventuele partner. De akte vermeldt ook de aangevers. Dat zijn vaak buren, kennissen of familieleden. Let op: deze personen kennen de overledene niet altijd goed, dus de gegevens over ouders en geboorteplaats kunnen fout of onvolledig zijn.

  1. Bepaal het jaar van overlijden zo nauwkeurig mogelijk, bijvoorbeeld aan de hand van een huwelijksakte of de laatste keer dat de persoon ergens wordt genoemd.
  2. Zoek op naam en een periode van enkele jaren in de overlijdensakten. Vul de plaats in als u die weet.
  3. Controleer partner, leeftijd en ouders met wat u al hebt. Is er een afwijking, dan kan het om een naamgenoot gaan.
  4. Bekijk de scan van de akte en noteer archief, plaats, datum en aktenummer.

Stap 2: bidprentjes en rouwkaarten

Een bidprentje is een gedenkkaartje dat bij een katholieke uitvaart werd uitgedeeld, met naam, geboorte- en overlijdensdatum en vaak een gebed of tekst. Het Centrum voor familiegeschiedenis (CBG) beschrijft het bidprentje als een bron die ook de levensloop vastlegt. Een bidprentje kan nuttig zijn bij vrijwel iedere overledene sinds de 19e eeuw, maar komt veel meer voor in katholieke streken zoals Brabant en Limburg.

Bidprentjes zijn niet officieel: de gegevens zijn door de familie of de pastoor opgeschreven. Ze zijn nuttig voor het exacte overlijdensjaar en de band tussen familieleden, maar controleer ze altijd aan de hand van een akte.

Stap 3: begraafplaatsen en grafregisters

Staat het overlijden vast, zoek dan de begraafplaats. Begraafplaatsregisters kunnen informatie geven over de begrafenisdatum, het grafnummer en soms ook de andere personen in hetzelfde graf. Dat is een sterke aanwijzing voor familierelaties.

  • Kerkelijke begraafregisters van voor 1811 kunt u vinden in de doop-, trouw- en begraafboeken (zie de gids Doop-, trouw- en begraafboeken begrijpen).
  • Veel gemeenten beheren hun begraafplaatsen zelf en hebben een register. Soms kunt u dat via de gemeente raadplegen.
  • Vrijwilligers hebben veel grafstenen gefotografeerd en op websites gezet. De informatie op een steen kan afwijken van de akte, dus beschouw het als aanvullende bron.
  • Graven worden geruimd. Een graf dat niet meer bestaat, kan dus nog wel in de administratie staan.

Stap 4: kranten en familieadvertenties

Familieberichten in kranten zoals overlijdensadvertenties en rouwkaarten vermelden vaak de naam van de weduwe of weduwnaar, de kinderen en soms de broers en zussen. Ze kunnen daarmee gezinsrelaties laten zien die in akten ontbreken. Delpher bevat historische kranten die u gratis kunt doorzoeken; in de gids Oude kranten doorzoeken met Delpher leest u hoe.

Overlijden in oorlogstijd

Is een familielid omgekomen tijdens een oorlog, dan zijn er speciale bronnen:

Controleer de gegevens ook hier, want bij oorlogsslachtoffers komen regelmatig verschillende spellingen en data voor.

Persoonskaart voor het 20e-eeuwse gat

Voor personen die na 1939 zijn overleden en bij wie de akte nog niet openbaar is, kan de persoonskaart helpen. Die werd per 1 januari 1939 ingevoerd als opvolger van de gezinskaart, en geeft gegevens over woonplaatsen, huwelijk en overlijden. Het CBG beheert dit materiaal. U kunt een kaart aanvragen via het CBG; lees eerst de uitleg over de persoonskaart (opent een externe website in een nieuw tabblad). Bedenk dat de kaart niet altijd volledig is.

Veelgemaakte fouten

  • Uitgaan van de datum op een grafsteen zonder akte. Op oudere stenen kunnen jaartallen verkeerd zijn overgenomen.
  • Overlijden en begraven door elkaar halen. Begraven wordt meestal een of enkele dagen na het overlijden.
  • Een naamgenoot aanzien voor uw familielid, vooral bij veel voorkomende namen.
  • De privacy van nabestaanden vergeten. Publiceer geen gegevens van recent overleden personen zonder overleg met de familie.

Hoe nu verder?

Met de overlijdensakte weet u vaak de namen van de ouders. Zoek met die gegevens de geboorteakte, zoals beschreven in Geboorteakten zoeken in Nederland. Wilt u het verhaal achter een overlijden ontdekken, ga dan naar de krantenarchieven. Een handig overzicht van alle bronnen staat in Gratis websites voor stamboomonderzoek.

← Terug naar alle gidsen