Militieregisters en militaire bronnen

Historische bronnen · leestijd ca. 8 minuten

Bijna elke Nederlandse jongeman uit de negentiende eeuw staat ergens in een militaire bron, ook als hij nooit een uniform heeft gedragen. Dat komt door de militieplicht: wie oud genoeg was, moest zich laten inschrijven en meedoen aan een loting. De registers die daaruit ontstonden, bevatten vaak details die nergens anders staan, zoals lengte, beroep en een beschrijving van het uiterlijk. In deze gids leest u hoe het systeem werkte, welke bronnen er zijn, waar u ze vindt en waar u op moet letten.

Militieplicht en loting: hoe het systeem werkte

In de negentiende eeuw was niet iedere jongeman verplicht om daadwerkelijk te dienen. Elk jaar schreven de gemeenten alle jongens van de betreffende leeftijd in. Daarna trok men lootjes. Wie een laag nummer trok, moest in dienst. Wie een hoog nummer trok, werd vrijgesteld. Dat verklaart waarom ook de mannen die nooit soldaat zijn geweest, in de registers voorkomen.

Het Centrum voor Familiegeschiedenis (CBG) schrijft dat vrijwel alle Nederlandse jongens vanaf ongeveer 1811 in de militieregisters terug te vinden zijn. Ook uitgelote jongens, jongens met een vrijstelling en jongens die een vervanger hadden ingehuurd, werden vastgelegd. De kans dat u een mannelijke voorouder uit die periode in zo’n register vindt, is dus groot.

Plaatsvervanging en nummerwisseling

Wie was ingeloot, had in die tijd twee manieren om de werkelijke dienst te ontlopen. Hij kon zijn nummer ruilen met iemand die een hoger nummer had getrokken (nummerwisseling), of hij kon een remplaçant inhuren: een plaatsvervanger van buiten de lijst die voor een geldbedrag zijn plaats innam. Dat kostte volgens het CBG een aanzienlijk bedrag, dus het zegt vaak iets over de welstand van een gezin.

Die mogelijkheid verdween in 1898, toen de persoonlijke dienstplicht werd ingesteld. De loting zelf bleef volgens het CBG bestaan tot 1938. Daarna werd iedere dienstplichtige opgeroepen.

Welke bronnen bestaan er?

Militieregisters

Militieregisters leggen de lotingsprocedure vast en de loop van de dienstplichtperiode. Ze liggen in veel gevallen in regionale of gemeentelijke archieven. Veel ervan zijn geïndexeerd en daardoor vindbaar via WieWasWie en andere zoeksites. Welke jaren en gemeenten online staan, verschilt sterk per archief.

Stamboeken van de landmacht

Een stamboek is een register van het personeel van een krijgsmachtonderdeel, dus van mensen die daadwerkelijk dienden. Het Nationaal Archief heeft hierover aparte zoekhulpen voor onderofficieren en soldaten van de landmacht (1813-1940), officieren, en voor militairen uit de Bataafs-Franse tijd (1795-1813). In de stamboeken van die laatste periode staan onder meer de lengte, de leeftijd, de geboorteplaats, het beroep, een signalement, de godsdienst en de burgerlijke staat. Let op: de reeks uit die periode is volgens het Nationaal Archief zeer onvolledig bewaard gebleven.

Marine

Marinepersoneel staat in eigen stamboeken. Het Nationaal Archief heeft een zoekhulp voor marinepersoneel over de periode 1795-1945. Wie in Nederland in dienst trad en naar Indië werd uitgezonden, staat doorgaans in de gewone stamboeken in Nederland.

KNIL en West-Indië

Het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) had eigen stamboeken. Daarin staan vaak geboorteplaats, geboortedatum en de namen van de ouders, soms ook van een echtgenote of kinderen, naast de loopbaan en de manier waarop de dienst eindigde. Een militair staat vaak in meerdere stamboeken en verwijst dan met een afkorting en nummer naar de andere inschrijving. Voor Indische voorouders is er meer informatie in de gids Indische voorouders onderzoeken.

Andere stukken

Naast registers bestaan er personeelsdossiers, controlelijsten, staten van dienst, pensioenregisters en lijsten van onderscheidingen. Het Nationaal Archief geeft op zijn themapagina over militairen en marinepersoneel een overzicht per periode en krijgsmachtdeel. Voor militairen die na 1920 zijn geboren, verwijst het Nationaal Archief u door naar het ministerie van Defensie.

Wat levert het op?

De gegevens verschillen per register en per periode. In militieregisters vindt u volgens het CBG onder meer:

  • de naam, geboortedatum en geboorteplaats van de dienstplichtige;
  • zijn beroep, en de namen van zijn ouders;
  • een signalement: een beschrijving van het uiterlijk, met lengte en bijzondere kenmerken;
  • de reden van vrijstelling of afkeuring;
  • bij inlijving de datum en het regiment waarbij hij werd geplaatst.

Dat is bruikbaar voor meer dan alleen een naam. Een beroep op 19-jarige leeftijd vertelt iets over het gezin. Een vrijstelling om familiale redenen laat zien dat een broer of vader werd ondersteund. En een geboorteplaats kan u terugbrengen naar het dorp waar u verder moet zoeken, als u de geboorteakte nog niet had gevonden. Geboorteakten zelf vindt u via de gids Geboorteakten zoeken.

Waar liggen de bronnen?

  • Regionale en gemeentelijke archieven: hier liggen in veel gevallen de militieregisters van de gemeenten in hun regio. Zoek het archief dat bij de woonplaats of geboorteplaats van uw voorouder hoort via Archieven.nl (opent een externe website in een nieuw tabblad) of Geneaplein: Plaatsen.
  • Nationaal Archief: bewaart de stamboeken van de landmacht, de marine en het KNIL, en veel daarvan is online doorzoekbaar.
  • Notariële archieven: plaatsvervangingscontracten zijn vastgelegd door notarissen. Het Nationaal Archief meldt dat deze archieven naar regionale archieven zijn overgebracht en dat er geen naamindex is. U moet de akten dus meestal zelf doorzoeken. Zie ook de gids Notariële akten onderzoeken.
  • Ministerie van Defensie: voor staten van dienst van militairen die na 1920 zijn geboren.

Zo zoekt u een militaire voorouder

  1. Verzamel eerst de basis: volledige naam, geboortejaar en geboorteplaats, of in elk geval de woonplaats waar hij rond zijn negentiende woonde. Gebruik daarvoor de geboorte- of huwelijksakte.
  2. Zoek op naam in WieWasWie (opent een externe website in een nieuw tabblad) en Open Archieven (opent een externe website in een nieuw tabblad). Kies bij WieWasWie de bronsoort ‘militieregisters’ als die beschikbaar is en gebruik een ruime periode.
  3. Open het resultaat en lees de gegevens. Klik daarna door naar de scan van de bladzijde zelf als die beschikbaar is.
  4. Hebt u een militieregister gevonden, kijk dan of de man is ingelijfd. Zo ja, zoek hem daarna in het stamboek van het betreffende krijgsmachtdeel bij het Nationaal Archief.
  5. Staat er een remplaçant of nummerwisselaar in? Zoek dan in het notariële archief van de woonplaats naar het contract rond het jaar van de loting.
  6. Noteer de bron: archief, register, jaar, folio of aktenummer en de datum waarop u het raadpleegde.

Een voorbeeld om te volgen

Stel: u zoekt de broer van uw overgrootvader, Cornelis, die volgens de geboorteakte in 1861 is geboren. U zoekt in WieWasWie en vindt in het militieregister een inschrijving uit de lotingsperiode van zijn geboortejaargang: beroep ‘landbouwer’, de namen van zijn ouders, een lengte en een nummer.

  • De ouders komen overeen met die uit de geboorteakte. Dan weet u dat het de juiste Cornelis is.
  • Er staat een aantekening over de uitkomst, bijvoorbeeld dat hij is vrijgesteld of afgekeurd. Staat er een reden bij die iets over het gezin zegt, controleer die dan met andere akten.
  • Een ander register uit dezelfde gemeente laat zien dat een broer wel is ingeloot en een remplaçant heeft laten dienen. U zoekt in het notariële archief naar het contract en vindt de naam van de plaatsvervanger en het bedrag dat de familie betaalde.

Dit voorbeeld is fictief, maar de werkwijze is echt: één register bevestigt de familie, het volgende breidt het verhaal uit.

Verklaring van termen

  • Loting: de jaarlijkse trekking waarmee werd bepaald wie van de ingeschreven jongens moest dienen.
  • Loteling: een jongen die aan de loting meedoet.
  • Nummerwisseling: het ruilen van een lotingsnummer met iemand die een hoger nummer had en dus werd vrijgesteld.
  • Remplaçant of plaatsvervanger: iemand die tegen betaling de dienst van een ingelote overnam. Tot 1898 mogelijk.
  • Stamboek: register van de militairen van een onderdeel, met de gegevens en loopbaan van elke man.
  • Signalement: een beschrijving van het uiterlijk, vaak met lengte, haarkleur en bijzondere kenmerken.
  • Staat van dienst: overzicht van iemands loopbaan bij de krijgsmacht.
  • Folio: bladzijde of bladzijdenummer waarmee u een inschrijving terugvindt in een register.

Militaire stamboeken gebruiken veel afkortingen. Het Nationaal Archief heeft een eigen woordenlijst waarin u termen als ‘Algemeen Stamboek’ en ‘Controleboek’ kunt opzoeken.

Tips en veelgemaakte fouten

  • Dienen is niet hetzelfde als ingeloot zijn. Een inschrijving in een militieregister bewijst niet dat uw voorvader soldaat is geweest. Kijk naar het lotnummer en naar de aantekening over de uitkomst.
  • Verwar een remplaçant niet met de man die hem huurde. De plaatsvervanger kan uit een andere plaats komen en een ander beroep hebben. Lees dus goed welke naam bij wie hoort.
  • Let op de jaargang. Registers zijn vaak per lotingsjaar opgebouwd en dat is niet altijd het geboortejaar. Zoek daarom met een ruime periode.
  • Vertrouw het signalement niet blind. Een lengte is een momentopname en jongens groeiden nog door. Gebruik het als aanwijzing, niet als bewijs.
  • Spelling. Namen werden op het gehoor opgeschreven. Probeer meerdere schrijfwijzen.
  • Niet alles is bewaard. Het Nationaal Archief noemt dat stamboeken verloren zijn gegaan, en dat voor sommige militairen die na 1924 nog dienden een deel van de administratie is vernietigd. Een gemiste inschrijving is dus geen bewijs dat iemand niet heeft gediend.
  • Oudere militairen. Voor Nederlanders die in Franse dienst waren, bewaart het Nationaal Archief slechts weinig. Voor de verwijzing naar Franse archieven leest u de zoekhulp over militairen in de Bataafs-Franse tijd.

Slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog

Zoekt u een militair die in de meidagen van 1940 of later is omgekomen, of iemand die als krijgsgevangene of verzetsstrijder is geregistreerd? Die bronnen liggen anders dan de registers uit deze gids. Lees daarvoor de gids Joodse en oorlogsbronnen.

Vervolgstappen

← Terug naar alle gidsen