Indische voorouders onderzoeken

Historische bronnen · leestijd ca. 7 minuten

Veel Nederlanders hebben voorouders die in Nederlands-Indië leefden, werkten of er zijn geboren. Het onderzoek daarnaar is vaak lastiger dan in Nederland, omdat de registers grotendeels in Indonesië zijn gebleven en veel gezinnen in de oorlogsjaren en de jaren daarna hun papieren kwijtraakten. Toch zijn er genoeg sporen. Deze gids helpt u de juiste bronnen te kiezen, en gaat zorgvuldig om met een geschiedenis die voor veel families pijnlijk is.

Een stukje achtergrond

Het CBG beschrijft dat er al sinds ongeveer 1600 familierelaties bestaan tussen mensen uit Nederland en Indië. In de 17e en 18e eeuw reisden veel mensen in dienst van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) naar Azië. In 1816 werd Indië een kolonie van Nederland. De meeste Indische Nederlanders die in 1942-1945, tijdens de Japanse bezetting, in Indië woonden, stammen in mannelijke lijn af van Europeanen die zich na 1870 vestigden. Veel families hebben daarnaast een Europees-Aziatische afkomst die vaak via de vrouwelijke lijn loopt.

Na de Tweede Wereldoorlog en de onafhankelijkheidsoorlog erkende Nederland in 1949 de onafhankelijkheid van Indonesië. Het Nationaal Archief meldt dat tussen 1946 en 1968 ruim 300.000 (Indische) Nederlanders uit de voormalige kolonie naar Nederland vertrokken, onder wie veel Molukse KNIL-militairen met hun gezinnen.

Verklaring van termen

  • Indische Nederlanders: een brede term voor mensen met een band met Nederlands-Indië. Gebruik de term die uw familie zelf gebruikt;
  • KNIL: Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger, het leger van de kolonie;
  • VOC: Verenigde Oost-Indische Compagnie, opgericht in 1602;
  • Stamboek: een register met gegevens over militairen;
  • Repatriëring: de terugkeer naar Nederland, ook van mensen die er nooit eerder waren geweest;
  • Asal Oesoel: een afstammingsbewijs uit de Japanse bezettingstijd.

Stap 1: begin bij uw familie en eerder onderzoek

  1. Verzamel wat de familie heeft: foto's, paspoorten, brieven, medailles en vooral stukken uit de jaren 1942-1960. Een afstammingsbewijs (Asal Oesoel) kan de afkomst beschrijven.
  2. Kijk of iemand al eerder onderzoek deed. Het CBG noemt Janssen's Indisch Repertorium (opent een externe website in een nieuw tabblad) van de Indische Genealogische Vereniging: een index op familienamen in gedrukte publicaties over Oost- en West-Indië.
  3. Controleer het Indisch Familie Archief (opent een externe website in een nieuw tabblad), dat volgens het CBG deel uitmaakt van de collectie van museum Bronbeek in Arnhem. U kunt er nagaan of er een dossier over uw familie bestaat.
  4. Noteer namen met alle varianten. Indische namen kunnen op verschillende manieren zijn gespeld.

Stap 2: bronnen in Nederland

Burgerlijke stand en kerkboeken

Volgens het CBG werd de burgerlijke stand in Indië in 1828 ingevoerd. De registers zijn in Indonesië gebleven en zijn voor Nederlanders moeilijk toegankelijk. Een deel van de burgerlijke stand van Nederlands-Indië kunt u online doorzoeken via Roosje Roos (opent een externe website in een nieuw tabblad), zo noemt ook het Nationaal Archief. Het nationale archief van Indonesië (ANRI) bewaart nog 17 kilometer archief uit de periode 1610-1949; zelf onderzoek daar vraagt voorbereiding en bij voorkeur hulp van iemand ter plaatse.

Voor de periode vóór 1828 zijn er doop-, trouw- en begraafboeken en weeskamerarchieven, maar ook die liggen volgens het CBG grotendeels in Indonesië. Gebruik daarom vervangende bronnen, zoals KNIL-stamboeken, ambtenarenarchieven en historische kranten. Hoe u in zulke kranten zoekt, leest u in de gids Oude kranten doorzoeken met Delpher. Hoe kerkboeken werken, staat in Doop-, trouw- en begraafboeken begrijpen.

KNIL en militaire bronnen

Informatie over KNIL-militairen staat volgens het Nationaal Archief in stamboeken, verspreid over verschillende archieven. Een militair staat vaak in meerdere stamboeken; kijk dus ook naar de verwijzingen. In de zoekhulp over KNIL-militairen (opent een externe website in een nieuw tabblad) staat hoe u zoekt, en dat het van belang is te weten of de man in Nederland of in Indië is aangenomen.

  • In de stamboeken kunt u onder meer geboorteplaats en -datum, namen van ouders en soms van echtgenote of kinderen vinden, naast gegevens over de loopbaan en de beëindiging van de dienst.
  • Er staan geen foto's in, en de plaatsen waar de militair gelegerd was staan er niet in.
  • Het Nationaal Archief heeft een index op naam voor KNIL-militairen die in Nederland werden aangenomen (suppletiefolio's) en indexen voor Indië over 1832-1936.
  • Voor Molukse militairen en hun gezinnen die in 1951 naar Nederland kwamen is er een aparte zoekhulp (opent een externe website in een nieuw tabblad).

Het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) (opent een externe website in een nieuw tabblad) is de plek voor achtergrond over militaire geschiedenis. Voor persoonsgegevens begint u in het Nationaal Archief. Meer over dienstplicht en militaire bronnen leest u in Militieregisters en militaire bronnen.

Oorlog, internering en repatriëring

Dit is het gevoeligste deel van het onderzoek. Veel mensen verloren in de bezettingstijd familie, bezittingen of gezondheid, en sommige families praten er nog steeds niet over. Ga zorgvuldig om met wat u vindt, en wees terughoudend met het publiceren van gegevens over mensen die nog leven.

Voor bredere oorlogsbronnen zie Joodse en oorlogsbronnen.

Een voorbeeld om te volgen

Stel (fictief) dat uw grootmoeder in 1920 in Semarang werd geboren en in 1951 in Nederland aankwam. U werkt zo:

  1. U vraagt familie om stukken uit die jaren en noteert namen, plaatsen en data.
  2. U zoekt haar of haar vader in het Indisch Oud-Paspoortarchief van het CBG. Een kaart noemt vaak ouders en kinderen.
  3. U controleert het Indisch Familie Archief en Janssen's Indisch Repertorium op de familienaam.
  4. Was haar vader militair, dan zoekt u hem in de KNIL-stamboeken. U gebruikt de index die bij zijn aanname hoort.
  5. U zoekt de overtocht met de scheepsnaam in de passagierslijsten, en kijkt of er een CIC-kaart van het Rode Kruis bestaat.
  6. U legt elke bron vast met vindplaats en markeert wat nog aanname is.

Veelgemaakte fouten

  • Alleen in Nederlandse bevolkingsregisters zoeken. Het leven vóór 1945 speelde zich vaak in Indië af.
  • Aannemen dat een KNIL-militair in Indië is aangenomen. Dat bepaalt in welke index u zoekt.
  • Namen en plaatsen niet op meerdere spellingen zoeken; Indonesische plaatsnamen zijn veranderd.
  • Gegevens over levenden delen. Publiceer in een online stamboom geen levende personen.
  • Foto's of kaarten met scans van anderen publiceren zonder toestemming.

Vervolgstappen

← Terug naar alle gidsen